| spotlight | |||
|
|
|
||
|
Bewegende Beeldeneen positief realistische kijk op de toekomst
Verbeter je denkvermogen in 2 uur wandelen‘Een gezonde geest in een gezond lichaam’ is een oude wijsheid die ook bevestigd kan worden door resultaten uit recent hersenonderzoek. Een nieuwe kijk op een oude wijsheid dus. Uit hersenonderzoek blijkt namelijk dat je lichaam na je pubertijd nog steeds hersencellen aan kan maken. Jijzelf kunt hier invloed op uitoefenen door lichamelijke inspanning. Uit onderzoek bleek dat ‘sportende’ muizen na een maand tweeënhalf keer zoveel zenuwcellen in de hippocampus hebben als hun ‘luie’ controlegroep. En die nieuwe hersencellen zorgden ook voor een beter langetermijngeheugen. Bij mensen laten hersenscans van 55-plussers iets vergelijkbaars zien. Actieve en fitte 55-plussers hebben een groter hersenvolume dan hun leeftijdsgenoten die vooral op de bank zitten. Beweging helpt het krimpen van je brein af te remmen, zowel het aantal hersencellen als verbindingen tussen die cellen kunnen toenemen met de juiste stimulatie. Terwijl je dit leest worden miljarden dendrieten, de uitlopers van zenuwcellen die signalen van andere cellen ontvangen, geactiveerd. Bij veel stimulatie kunnen er nieuwe dendrieten ontstaan, maar bij weinig of geen stimulatie kunnen ze verschrompelen of verdwijnen. Naast lichamelijke inspanning is mentale inspanning ook goed voor het brein. Wanneer je je gehele leven je hersenen veel stimuleert is de kans op Alzheimer kleiner. Dat stimuleren kan door een baan die veel van je denkvermogen eist, maar ook door lezen, puzzelen, schilderen etcetera.
De brainwalkGelijktijdig met lichamelijke inspanning kun je natuurlijk ook je hersenen aan het werk zetten. Dan doe je een dubbele work-out! Je kunt dat bijvoorbeeld doen door een mooie wandelroute te kiezen en voor jezelf een aantal ‘mentale’ oefeningen/opdrachten mee te nemen. Hieronder staan een paar voorbeeldoefeningen. Daarnaast zou je natuurlijk ook kunnen experimenteren met tijdens het wandelen voeren van werkoverleggen of gesprekken met collega’s. Aristoteles had zelfs al zijn ‘wandelende’ school!
Zoek een leuke wandeling uit van 2 uur en doe ieder kwartier een oefening. Wanneer je weer thuiskomt zal je voldaan zijn van de inspanning, zijn er nieuwe en oude verbindingen tussen zenuwcellen ontstaan en versterkt en zijn er nieuwe hersencellen in aanmaak. Tel uit je winst!
Oefening 1: ruimtelijk geheugenProbeer het eerste stuk van de wandeling eens heel bewust waar te nemen. Hoeveel bomen staan er langs dit stuk van de route, en hoe ver staan ze uit elkaar? Zitten er bladeren aan, en zo ja, welke kleur hebben die? Hoe loopt het pad? Ziet u huizen, water, of dieren? Probeer na een kwartier eens terug te denken en voor jezelf zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven hoe dat stuk van de route eruitzag. Helemaal mooi is om dezelfde wandeling vaker te maken en steeds meer details toe te voegen. Dan kunt u al van te voren zo nauwkeurig mogelijk visualiseren hoe het eerste stuk van de route eruit gaat zien.
Oefening 2: kortetermijngeheugenHieronder staan zes rijen willekeurige getallen, oplopend van een reeks van 5 tot en met een reeks van 10. Begin met die van 5. Lees de reeks getallen, al dan niet hardop, en probeer hem vervolgens te reproduceren. Is dat gelukt, ga dan verder met de reeks van 6, enzovoorts (meer willekeurige getallen op www.random.org). Standaard zijn we uitgerust met een geheugencapaciteit van vijf tot negen eenheden, beter bekend als ‘7 plus of min twee’, en ook wel het magische getal genoemd. Maar met wat training en door het gebruik van strategieën kunt u veel meer onthouden. Eén zo’n strategie is chunking: het samenvoegen tot groepjes van bijvoorbeeld drie (de chunks). Een andere tip is om een bepaalde betekenis aan de getallen toe te kennen. Zo is er het geval bekend van een hardloper die 80 willekeurige getallen kon onthouden. Hij bleek ze onder te verdelen in series, die hij onthield als wedstrijdtijden: ‘net onder het wereldrecord op de 400 meter’, bijvoorbeeld. 2 9 5 7 10 2 4 7 10 8 4 3 7 4 3 10 9 7 7 2 4 8 3 10 9 1 2 6 6 2 3 5 9 7 5 8 4 2 3 4 7 4 5 5 6
Oefening 3: taalkundig inzichtHussel de letters van de volgende woorden door elkaar en maak er een ander woord van, oftewel, een anagram. Van alle woorden zijn meerdere anagrammen te maken (kijk voor andere anagrammen op http://home.wxs.nl/~avdw3b). 1. rotsen 2. dreigen 3. delegeren 4. insteekbladen 5. vertalingswerk Probeer ook eens anagrammen te maken van woorden die u onderweg tegenkomt, of van uw eigen naam.
Oefening 4: verbale vaardigheidKies een letter, en verzin zoveel mogelijk dierennamen, plantennamen, of namen van dorpen in de omgeving die beginnen met die letter. Als variatie kunt u ook filmsterren nemen, of namen van vrienden.
Oefening 5: aandacht en concentratieLaat de stopwatch (of uw mobiele telefoon) aftellen vanaf 15 seconden. Probeer te anticiperen op het moment waarop het alarm afgaat. Neem daarna steeds langere tijdsintervallen.
Oefening 6: ruimtelijk inzichtVerzamel tien kastanjes, dennenappels, eikels, of wat voor voorwerpen u onderweg ook tegenkomt. Rangschik ze zoals op het plaatje hieronder. Kunt u de driehoek omkeren door maar drie voorwerpen te verplaatsen? O O O O O O O O O O
Oefening 7: probleemoplossend vermogenProbeer tijdens het laatste halfuur van de wandeling de volgende hersenkraker op te lossen: Er is ergens een afgesloten vertrek met drie gloeilampen erin. Aan de buitenkant zitten drie lichtschakelaars. U mag maar één keer naar binnen om te kijken wat er is gebeurd. Hoe komt u erachter welke schakelaar bij welke gloeilamp hoort? (Uit: Psychologie Magazine, Reinoud de Jongh, februari 2006)
OplossingenOefening 3: anagrammen 1. torens, torsen, snoert, nestor, storen 2. gierden, gierend, griende, nederig 3. gelederen, geleerden, regelende 4. kabeldiensten, kabinetsleden 5. walversterking, wetsverklaring
Oefening 6: ruimtelijk inzichtStap 1 O O O O O O O O O O Stap 2 O O O O O O O O O O Stap 3 O O O O O O O O O O
Oefening 7: probleemoplossend vermogenZet schakelaar 1 een paar minuten aan en daarna weer uit. Zet vervolgens schakelaar 2 aan en ga naar binnen. De lamp die bij schakelaar 2 hoort is aan, die van schakelaar 3 is uit, en de lamp die bij schakelaar 1 hoort is ook uit, maar warm.
|
|||












