| spotlight | |||
|
|
|
||
|
Op eigen kracht met bestaand talentBen Warner
De basis van vertrek
Sta mij een beperkte diagnose toe, omdat inzicht en herkenning van onze beperking betreffende de genoemde voorwaarden kunnen aangeven, waaraan we zouden moeten werken om onszelf nieuw elan te geven en waarin oplossingen liggen besloten. De Nederlanders zijn van nature geen trots volk. Of dit voortkomt uit het besef van onze geringe landgrootte en bevolkingsomvang omvang, uit christelijke wortels die ootmoed en eenvoud uit het geloof opzuigen en onze vezels binnenbrengen of een geëvolueerde neiging tot het gewone dan wel een mengeling van al deze en andere oorsprongen, feit is dat we niet snel te koop lopen met onze prestaties en onze historische grootheden. Met Rembrandt, Van Gogh en Cruyff hebben de meesten van ons de hun bekende kopstukken wel gehad. Hoe kan het anders. Geschiedenis is een tanend schoolvak en van standbeelden houden we niet. De aandacht ligt bij het hedonistische nu en bij de binnen de beperkte, eigen gezichtskring vallende media-iconen. Weinigen kunnen vaderlandse winnaars van de Nobelprijs noemen. Wie weet dat Jan Swammerdam een befaamd bioloog was en dat botanicus Hugo de Vries als één van de grootste genetici rond 1900 te boek staat. Of dat Christiaan Huygens hoog scoort op de historische ranglijst van universele geleerden. En ook de nog tastbare prestaties van onze waterbouwkundigen, die ingenieurskunde van wereldformaat verrichtten door deze delta haar huidige bewoonbaarheid te geven, blijven beneden het maaiveld.
Het zelfvertrouwen wordt ondermijnd door de schipperende, vaderlandse politiek en door voortdurende verwijzing naar de Europese Unie. Waar het vertrouwen in de politiek en daarmee de overheid toch al vermindert in een op individualisme ingestelde samenleving, wordt geen aanzien opgebouwd door veel te willen regelen in Europees verband. Nederland vindt zichzelf voortdurende het braafste jongetje in de klas en voor in onze ogen gerechtvaardigde veranderingen of bijstellingen in het Europees beleid, zoals aangaande de hoogte van onze financiële bijdrage of de handhaving van het stabiliteitspact heeft de EU geen oor of tonen de grote lidstaten hun macht door uitzonderingen te claimen voor hun omstandigheden als dat hun uitkomt. Gevoegd bij het gegeven, dat vele onderwerpen al niet langer onder het nationale regeringsvermogen vallen groeit het gevoel, dat hier sprake is van eenzijdige solidariteit. Voorts heeft Nederland, zoals anderen dat mooi verwoordden, zijn onschuld verloren. De hardnekkigheid van het gezwel dat criminaliteit is, waarbij Rotterdam, wat voor kort nog ´s werelds grootste haven was, nu ook te kijk staat als één van de voornaamste doorvoerhavens voor drugs, waarbij er anno 2005 nog sprake is van vrouwen - en kinderhandel en straatbanditisme miljoenvoudig plaatsvindt, doet het vertrouwen geen goed. Die gezagsverschuiving knaagt ook aan de identiteit, die toch al onder druk staat door de onvermijdelijkheid van de multiculturaliteit, die hoe dan ook de Nederlandse eigenheden doet verwateren. Dit begunstigt op zijn beurt de eenheid niet. Standvastige en doortastende besluitvorming is ver te zoeken in ons land, waar elke burger zonder gevolgen langdurig als dwarsligger kan optreden en waarbij het belang van kleine groepen evenveel gewicht in de schaal legt als van een democratische meerderheid. De belangen van luchthaven Schiphol en omwonenden slingeren zich al jarenlang door een woud van procedures, onderzoeken en rapporten. De discussie over de baanverlenging van de luchthaven Groningen in Eelde beleeft zijn derde decennium. Niet anders is het met gasboringen in de Waddenzee. De aanleg van de tweede Maasvlakte stagneert en de uiteindelijk wel inmiddels tot stand gekomen grote projecten als de Betuwelijn en de HSL komen vertraagd klaar, kennen forse budgetverhogingen of overschrijdingen en beloven nog allesbehalve een lucratieve toekomst. Het wegenverkeersnet dan wel het autobeleid schiet dramatisch tekort en het openbaar vervoer biedt onvoldoende soelaas. Wat loopt er eigenlijk wel goed en dan ook nog zo, dat we met vertrouwen en enige trots naar de toekomst kunnen kijken? Daarbij komt dat in een land, dat sommige beschouwers meer als een stadstaat betitelen bij voortduring de Randstad voorkeur claimt bij de verdeling van gelden of extra´s voor het aanpakken van groeiende problemen, daarmee de rest van Nederland weer als provinciaals en perifeer bestempelend, maar tegelijk aangevend dat de groten en de machtigen het zelf ook niet aankunnen. Ook dat bevordert niet het gevoel van eenheid. Het is niet eens zozeer, dat Nederland zich met zijn pijnplekken onderscheidt van andere landen in onze buurt. Verkeerscongesties, onveiligheid, drugs, integratievraagstukken, Nederland deelt ze met menig ander Europees land of die met ons. Veel problemen behoren kennelijk bij deze tijd en onze westerse manier van leven. Wat verontrust en steekt, is dat er in Nederland zo weinig florissants tegenover staat. Of moeten we constateren dat door heel West-Europa de geest van ondergang waart(de nieuw bijgekomen of aanstaande EU- lidstaten hebben zo hun eigen mand met opgaven en ellende) en dat dit continent zijn hoogtijdagen heeft gehad, dat de nieuwe wereld (lees Amerika)de momentane koploper is en haar opvolging er al aan komt stormen in de hoedanigheid van de accelererende, Aziatische grootmachten? Een dergelijk scenario geeft nog een geheel andere dimensie, maar hoe het ook zij het blijft in elk geval aanpakken geblazen.
|
|||












