| spotlight | |||
|
|
|
||
|
Op eigen kracht met bestaand talentBen Warner
Als ook nog gestaag werkgelegenheid naar andere werelddelen wegsijpelt –en lang niet meer alleen de te dure handenarbeid – dan mag het geen bevreemding wekken dat het (zelf)vertrouwen daalt, de eenheid kraakt, naar ander leiderschap wordt omgezien en de vraag oprijst in welke talenten en sectoren het behoud van de welvaartsstaat, die Nederland nog is, kan worden gevonden. Dat er werk voldoende is, lijdt geen twijfel en kan snel worden duidelijk gemaakt.
Meer dan ooit kunnen we aan de slag
In begin 1983 wijdden de journalisten Vincent Bakker en Feike Salverda twee nummers van het toenmalige Vrij Nederland magazine aan wat zij noemden de nationale bodemschat. Was aardgas een vloek of een zegen? Op hun beurt grepen zij naar stemmingen en meningen die in de jaren ´70 wel konden worden waargenomen. Ik citeer: “De wetenschap was uitgeput, democratie achterhaald. NRC Handelsblad op oudejaarsdag 1971: De wetenschap heeft zijn periode van grote uitvindingen waarschijnlijk achter de rug –wat nu rest is, relatief gezien, kruimelwerk, aanvullingen. (…) De huidige democratie is niet te handhaven, evenmin als het kapitalistische systeem met een vrij marktmechanisme, met een winstprincipe en ondernemingsgewijze productie. De inrichting van de staat zal zo sterk gecentraliseerd moeten zijn, dat er weinig verschil meer is met een dictatuur.”
Uit dit citaat blijkt, dat we nog niet zo lang geleden ook somberden en meenden dat we aan het eind van ons Latijn waren. Natuurlijk is het niet zo dat de nu levende generaties het monopolie op zwartkijkerij hebben. Pessimisme is van alle tijden. Opvallend is wel, dat het NRC Handelsblad behalve de doodsdagen van het democratisch bestel zo ongeveer het einde van de wetenschap annonceert. Pikant ook in het licht van de hedendaagse hulplijn, die in Nederland in de vorm van de kenniseconomie, wordt uitgeworpen om ons uit het slop van de kwijnende industriële productie te halen. Maar vreemd was het nu ook weer niet. De wereld was in de ban van het doemdenken van de Club van Rome, een aansprekende groep met grote namen uit de kringen van wetenschap, overheid en bedrijfsmanagement, die in april 1968 voor het eerst bijeenkwam, daartoe uitgenodigd door de OECD. En de krant verwoordde op die oudejaarsdag slechts wat in veel kringen gedachtegoed was. Vele voorzeggingen van de denktank ontsproten aan doorwrochte studies en computermodellen. De faam van de deelnemers en hun gedegen aanpak gaven hun uitkomsten evangelische kracht. Twee hoofdpunten zullen ook de huidige lezer nog wel helder voor de geest staan. Ten eerste zou de wereld ten prooi vallen aan vervuiling, vooral vanwege de alsmaar doorgaande bevolkingsaanwas en de spilzieke, westerse levenswijzen binnen de welvaartseconomie. Ten tweede stonden ons grote crises te wachten door de uitputting van grondstoffen, met voorop de energiebronnen. Binnen 14 jaar zou het aardgas en binnen 20 jaar de olie. Die vervuiling van het milieu bleek alras een verontrustend feit en ze is met ernst, hoewel in de ogen van velen nog hoogst onvoldoende, aangepakt, maar nog lang niet van de baan. De olie-, kolen- en gasvoorraden strekken nog zeker een eeuw. Niet de hoeveelheid baart zorgen, maar de tijdige winbaarheid tegen een prijs die economisch verantwoord is. Het gaat er mij niet om de uitkomsten van de toenmalige voorspellingen te bekritiseren. Achteraf is iedereen wijs. Het geeft alleen aan hoe voorzichtig we moeten zijn met het aankondigen van eindstations. De milieuzorgen van de Club van Rome zijn ten dele afgewend, maar lijken ongelukkig genoeg te worden opgevolgd door zo mogelijk nog grotere bedreigingen. De aanpak van de milieuproblematiek heeft inmiddels wel geleid tot een omvangrijke nieuwe industrietak, waarbij zowel in de productie - als de dienstensector miljoenen mensen over de wereld emplooi vinden. De snelle eindigheid van energiebronnen is omgezet in vijf keer langer durende afloop, terwijl tegelijk werk wordt gemaakt van de overgang naar duurzame energiebronnen. In beide gevallen speelt de wetenschap een hoofdrol in de oplossingen, al gaat het nog niet om uitvindingen die het hele wereldbeeld veranderen. Maar wat niet is, kan nog komen. Gelukkig gaat het in eerste instantie minder snel bergafwaarts dan de Club van Rome berekende.
|
|||












