| spotlight | ||||
|
|
|
|||
|
Nederland wilde een kenniseconomie, maar weet (nog) niet daarmee om te gaanTrude Maas
Trude Maas is lid van de Eerste Kamer voor de PvdA en president van Hay Vision Society. Ze vervult diverse commissariaten bij onder andere ABN AMRO, Arbo Unie, Philips en Schiphol. Daarvoor heeft zij gewerkt bij Origin en voorloper BSO en bij het CITO. Op haar website www.trude.nl schrijft Maas: “Iedereen doet waar hij/zij goed in is en waar hij/zij zich goed bij voelt. Mijn specialiteiten zijn talent, onderwijs en innovatie. Als je andere dingen wilt, moet je niet bij mij zijn.” In dit interview geeft Maas haar analyse vanuit deze drie onderwerpen en de kansen die ze bieden.
Door Adriaan de Man & Engbert Breuker
Maas start het interview met een verwijzing naar de Thorbecke-lezing van Gerd Leers (burgemeester van Maastricht), in oktober 2005. Leers constateert een gebrek aan energie en leiderschap bij de politieke top in Nederland. Maas is het eens met deze constatering, alleen roept het woord leiderschap bij haar een hoog Mussolini-gehalte op. Maas associeert dat vooral met de klassieke leider en vraagt haar af of leider wel het goede woord is: “Leiderschap betekent ook dat mensen volgen, in plaats dat ze zelf in actie komen en hun eigen leider worden.”
Politiek moet er voor de mensen zijn en niet omgekeerdBij de Hay Vision Society ontwikkelt Maas op dit moment een generiek competentieprofiel voor wethouders. Dat doet ze onder andere door burgemeesters, wethouders, raadsleden etc. te interviewen, maar ook door samen met de Volkskrant de ‘gewone’ burger te bevragen wat zij nu belangrijk vinden in een wethouder. Maas heeft net Ahmed Aboutaleb, wethouder in Amsterdam, geïnterviewd en gevraagd wat hij belangrijk vindt en wat hij doet als wethouder. Als belangrijkste punt kwam naar voren: zichtbaar zijn en er zijn voor de mensen! Alle mail aan Aboutaleb moet binnen twee dagen beantwoord zijn. Hij heeft daarvoor een soort van verkeersleider aangesteld die alle mail die aan Aboutaleb gericht is bundelt, verspreidt en bewaakt, zodat de mensen een antwoord krijgen. En alles wat direct aan hem gericht is ook door hem beantwoord wordt. Maas: “Waar het hem om gaat is het herkennen en erkennen van het individu en de mensen laten zien dat hij er voor hen is en niet omgekeerd, zoals het in de politiek vaak lijkt te zijn.” In de grote steden ziet Maas vergelijkbare aanpakken, met vallen en opstaan, zoals in Amsterdam door Aboutaleb. In kleinere gemeentes wordt het al een stuk lastiger. De landelijke politiek moet het nog ontdekken.
De Belastingdienst: een voorbeeld van hoe het wel kanAls mensen gevraagd wordt welke overheidsdienst de slag gemaakt heeft om meer klantgericht te werken, dan scoort de belastingdienst bij zowel de kenners als de gewone burger hoog. Volgens Maas heeft de belastingdienst dat met name goed gedaan omdat zij de mogelijkheden van ICT goed hebben benut, én omdat zij een aantal mensen binnen de dienst hadden die dat zagen. Dat was niet de top, maar dat waren ‘een paar gekken op zolder’. Het succes is ook gekomen doordat hun ‘baas’ zag dat ze met iets moois bezig waren en hen vervolgens uit de wind heeft gehouden, zich beperkte tot het volgen van het proces en af ten toe bijstuurde. Toen het vervolgens werkte is het een succes van iedereen geworden. Maas: “Het succes van een organisatie is het hebben van een paar zolderkamers waar nieuwe ideeën in de luwte ontwikkeld kunnen worden. Het is de kunst van leiders om in de trend van stroomlijning van de organisatie of totale chaos (alleen maar zolderkamers) hierin de echte innovatie te ontdekken.” In dit proces staat de passie voor de inhoud weer centraal, de managers snappen het primaire proces. Maas geeft aan dat bij Philips niet voor niets Gerard Kleisterlee als inhoudsman weer de baas is na de marketeer Boonstra. In het bedrijfsleven is men ook verder in dit proces van verandering dan bij de overheid. Maas: “Binnen de overheid en met name de Algemene Bestuursdienst pompen ze de mensen nog rond als generale managers van het ene ministerie naar het andere zonder rekening te houden met de passie van de mensen.”
Talent & passieMensen moeten zich meer bewust worden waar hun talenten en passie zitten. In Nederland zouden we daar al tijdens de schoolopleiding naar op zoek moeten gaan. Leerlingen zich laten ontwikkelen via een persoonlijk portfolio van talent en passie in plaats van ‘zwart-wit gezegd’ ze alleen maar generieke kennis over te dragen: “Onderwijs is niet het vullen van emmers maar het onsteken van waakvlammetjes.” Maas heeft met Neelie Kroes wel eens de discussie gehad over de situatie wanneer je als vrouw een baan aangeboden krijgt in het kabinet. Kroes vindt dat je die dan sowieso moet accepteren in verband met het glazen plafond en de emancipatie van vrouwen. Maas is het daarmee oneens en vindt dat je iets moet doen waar je passie zit. Slimme mensen komen een heel end, maar je moet ook die slimme mensen om je heen weten te inspireren. Dan helpt het wel als je er ook iets mee hebt, niet alleen kennis van zaken hebt, maar ook een missie.
Maas is voorzitter van de Stichting Opportunity. Die stichting is begonnen met projecten bij de bedrijven in Nederland die beseften dat ze maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben: Shell, Philips, ABN AMRO, ING, Unilever, etc. Vaak was die betrokkenheid maar met een paar personen uit die organisatie die daar iets mee hadden. Vanuit Opportunity ziet Maas nu een groei bij met name de professionele dienstverleners, de accountants en de advocaten. Die houden zich bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen omdat ze zien dat ze anders de mist ingaan. Die hebben aan de onderkant van de organisatie bijna alleen maar vrouwen en aan de bovenkant op een groep van 50 partners, één of zelfs geen vrouw. Maas: “Zij hebben in de gaten dat er iets raars aan de hand is, en dat is goed nieuws. Maar als je ziet hoe moeilijk ze het vinden…”
Zingeving?Op dit moment is het zo dat in Nederland zingevingvraagstukken centraal staan. Dat is met name bij de grote groep babyboomers het geval. Maas vraagt zich af of dat voor iedereen in Nederland geldt: “Zijn de 23-jarigen daar ook mee bezig? We (de babyboomers, red.) nemen die niet eens waar.” Volgens Maas vergeten de mensen die met zingeving bezig zijn het VMBO . Terwijl daar, waar de problemen het grootst zijn, de vernieuwing plaatsvindt. Maas: “In het VMBO gebeuren nu dingen waar de universiteiten op neer kijken, maar die straks ook voor hen gaan gelden.” In de kenniseconomie moet de verandering van onder naar boven komen. De mensen die benoemd worden realiseren zich dat beter dan de mensen die gekozen worden, die denken nog voornamelijk top-down. In de bedrijven lijkt men zich wel te realiseren dat het van onderop moet komen, terwijl men in de politiek vanuit het mandaat van 4 jaar denkt.
Hoe ziet Maas het huidige tijdperkMaas ziet dat er op dit moment weinig aandacht is voor de samenleving, dat het cynisme overheerst, dat er veel sombere mensen zijn. Nederland is niet goed bezig met de democratie, niet goed bezig met de ouderen, de jongeren en de nieuwkomers. Daardoor creëren we op dit moment nog een aantal problemen voor de toekomst. De politiek vertraagt het proces, door de focus op geld en de economie en niet op de verbinding in de maatschappij. Het ontbreekt de politiek aan missie, visie, strategie. Politici hebben geld, wetten en regelgeving om te sturen. In de ogen van Maas wordt dat vaak verkeerd ingezet: Een politicus wil zich graag profileren, en dan liefst door een nieuw wetsontwerp. Terwijl volgens Maas ook staatsrechtelijk de manier bestaat om vooraf advies te vragen aan de Raad van State over een onderwerp en te kijken wat voor wet daarbij hoort. Kan dat een raamwet zijn, of aanpassing aan de oude wet, of is het toch beter om met een geheel nieuwe wet te komen. Maas: “Tot op heden is nog nooit zo’n advies aan de Raad van State gevraagd.” Voor haar hoeft er ook geen ander politiek systeem te komen en ook geen structuurwijzingen. Met het huidige politieke systeem kunnen we het prima doen, maar ook hartstikke slecht. Dat ligt volgens Maas niet aan het systeem, maar aan de politici. Het finest hour van een Tweede-Kamerlid is het indienen van een initiatiefwet, dat vindt Maas raar: “Misschien moeten we naar minder Tweede-Kamerleden of dat kamerleden deeltijders worden, die weer meer met hun voeten midden in de echte maatschappij staan.”
Nederland moet op zoek naar haar reserves en onbenut talentHet valt Maas op dat Nederland verkeerd omgaat gaat met het benutten van haar reserves en onbenut talent. Die zitten bij vrouwen en alle minderheden en daar moeten we op investeren, door bijvoorbeeld de moedermavo in een nieuw jasje te steken. En dus niet bij de blanke mannen die voor 80% in hun Peter Principle zitten. Maas is geïnspireerd door Saskia Stassen, een sociologe uit Chicago die beroemd is geworden door een boek over Chicago dat gaat over ‘urban economy’ en ‘urban community’. Nederland kan je zien als een ‘urban community’. Wat zij over Chicago schrijft gaat ook voor een deel op voor Nederland. Haar theorie is dat de top altijd voor zichzelf zorgt, daar hoef je niet in te investeren. Je moet zorgen voor ‘sticky networks’. Want als je niet uitkijkt dan krijg je getto’s op verschillende sociale niveaus. Je moet zorgen dat dat niet kan, dat die verschillende niveaus aan elkaar blijven kleven, waardoor er nog sociale migratie kan plaatsvinden.
Bij de Fortuyn-stemmers in Nederland zit niet zoveel verborgen talent en dat weten die mensen ook. Zij weten ook dat de kenniseconomie het niet beter voor ze maakt en dat de kans bestaat dat hun baan naar China verdwijnt. Dat is het ongemak, aldus Maas, daar kan een klassieke sociaal-democraat weinig mee. Dat voelen die mensen, dat is hun ongenoegen en daar moeten we in Nederland ook iets mee doen. Maas: “Toen we aan die kenniseconomie begonnen zagen we overal nog potenties, maar nu zien we dat het op sommige terreinen op is. En wat moeten we met die mensen aan? Die zijn aan hun capaciteit en die hebben ook recht om er te zijn en die moeten ook een goede plek krijgen in onze maatschappij. Daarom is het jammer dat de Melkert-banen verdwenen zijn want die zorgden ervoor dat mensen het gevoel hadden dat ze er bij hoorden.”
reacties
|
||||












