| spotlight | |||
|
|
|
||
|
De stand der dingenBert Barten
De Kwantumsprong
Volgens de Dikke van Dale: kwan·tum·sprong (de ~ (m.)) 1 [nat.] overgang van een atoom van de ene energietoestand in de andere
In de film 2001 Space Odyssey van Stanley Kubrick is een prachtige scène waarbij de aap met een bot op andere botten slaat, hierbij is een van de belangrijkste film overgangen ooit gemaakt. Het bot (uitvinding van het gereedschap wat ook een enorme kwantumsprong betekende) vliegt de lucht in en verandert in een ruimteschip. Stanley Kuberick sloeg daarmee een relatief langzame ontwikkeling van de mensheid over en was direct daar waar hij wilde zijn, bij het zich verder ontwikkelde bewustzijn, in de toekomst. Hij sloeg hierbij vele tussenliggende groeistuipen van de mensheid over. Een belangrijke ontwikkeling die Kubrick met deze overgang oversloeg is het ontstaan van taal.
Taal en Bewustzijn
De taal van de mens is geleidelijk ontstaan. Taal is de oorzaak geweest van de evolutie van het bewustzijn. Er was een tijd dat er geen sprake was van bewustzijn of een bewust denkpatroon. Er was eenheid tussen "de dingen" en "de gedachte", of met andere woorden tussen het materiële en de informatie in het menselijk lichaam.
In een volgende fase ontstaat er af en toe een scheiding tussen de gedachte (het denken over de realiteit) en de dingen (het niet denken, de realiteit zelf).
Dit is de fase waarin het bewustzijn ontstaat bij de primitieve mens. Tot dan toe waren de klanken die we produceerden niet veel verschillend met die van de dieren. Op een gegeven moment ontstond er een kwantumsprong in het menselijke brein en werd er een verbinding gelegd tussen een bepaald gebied van onze hersenen (Broca’s gebied) en de door ons geproduceerde klanken. Langzaam ontstond er begrip gekoppeld aan de menselijke taal.
De wetenschap vermoedt dat het ontstaan van de menselijke taal dateert van de Neanderthalers, ongeveer 30.000-100.000 jaar terug. Met het ontstaan van de homo sapiens (30.000 tot 40.000 jaar geleden) en de evolutie van de spraakorganen en de schedel, zou een opmerkelijke versnelling van de taalontwikkeling zijn opgetreden.
De moderne menselijke taal zou dus ongeveer 30.000 tot 40.000 jaar oud zijn. De grote diversiteit aan talen die wereldwijd worden gesproken, toont aan dat de ontwikkeling van de menselijke taal razendsnel is gegaan. Dit was weer zo’n echte kwantumsprong. Daarna volgden er nog vele op vele gebieden.
|
|||












