| spotlight | |||
|
|
|
||
|
De stand der dingenBert Barten
De Wetenschap
Zelfs onze hersenen is ingedeeld in twee helften, links het rationele gedeelte en rechts het meer intuïtieve gedeelte. Daartussenin bevindt zich de cortex, waar een permanente tenniswedstrijd aan de gang is. Hoe deze twee delen op elkaar inwerken is al jaren het onderwerp van vele wetenschappelijke onderzoeken.
Maar ook bij wetenschappers heb je twee verschillende types.
De rationele types zijn onderzoekers die stap voor stap de kleinste details van hun vakgebied trachten uit te spitten. Ze zijn vaak op zoek naar de bevestiging van een vooropgestelde hypothese. Hun werk is te vergelijken met dat van kleine koraalpoliepen, die met monnikengeduld en samenwerking zelfs over verschillende generaties heen een indrukwekkend koraalrif weten op te bouwen.
Het intuïtieve type is eerder te vergelijken met een adelaar. Deze onderzoekers nemen meer afstand van de details, en trachten grensoverschrijdende verbanden te leggen en vernieuwende hypothesen te formuleren.
Dit type wetenschapper brengt vaak grote ideeën voort. Vaak denken we in het begin met een psychisch gestoord figuur te maken te hebben. Deze pioniers zorgen echter vaak voor een grote sprong of vlucht van de wetenschap. Ze zijn vaak de impulsgevers van de zogenaamde kwantumsprongen.
Vaak is het zo dat deze kwantumsprongen veroorzaakt worden doordat er veel tijd en energie aan een onderwerp besteed wordt en er daardoor een soort vat gevuld wordt wat dan in een keer overloopt.
Archimedes ontdekte het principe van de waterverplaatsing, toen hij een bad aan het nemen was : vanuit deze intuïtieve inval stamt de gevleugelde kreet "Eureka" ("ik heb het gevonden").
Nobelprijswinnaar Melvin Calvin kreeg zijn inval over de belangrijke aspecten van de werking van de fotosynthese, toen hij in zijn auto zat te wachten op zijn vrouw die boodschappen deed.
Watson en Crick maakten ook een kwantum sprong met betrekking tot de structuur van de DNA molecules. Watson had hierbij een geniale inval gekregen op het ogenblik dat hij schaalmodellen van molecules aan het verplaatsen was in zijn laboratorium. Kenmerkend bij dergelijke intuïtieve doorbraken in de wetenschap is de zekerheid waarmee de betrokken personen hun theorie voorstellen, zelfs voor de theorie empirisch is bewezen.
Een extreem voorbeeld hiervan is het zelfvertrouwen van Einstein, in verband met zijn relativiteitstheorie.
De wetenschappelijke wereld had zich twee jaar lang voorbereid op de zonsverduistering van 29 mei 1919. Die dag zou men immers kunnen vaststellen of het licht van de sterren al dan niet wordt afgebogen onder invloed van de gravitatie van de zon, zoals zijn theorie voorspelde.
Toen Einstein een telegram ontving van Arthur Eddington, met de melding dat de theorie inderdaad was bevestigd, stelde een studente de vraag wat hij zou gedaan hebben indien de experimenten de theorie niet zouden bevestigen. Einstein zou hierop geantwoord hebben ": Dat zou jammer geweest zijn voor hem. De theorie is juist."
|
|||












