| spotlight | |||
|
|
|
||
|
In Nederland is er een disconnect op alle niveausMathieu Weggeman
Mathieu Weggeman is professor organisatiekunde aan de TU Eindhoven en chef innovatie bij de Baak. Daarnaast adviseert hij organisaties ten aanzien van strategie en organisatie-inrichting en is hij een veelgevraagd spreker. Weggeman heeft diverse boeken en publicaties op zijn naam staan, onder andere over kennismanagement. Weggeman is groot voorstander van het weer opwaarderen van vakmanschap aan de top en binnen organisaties in plaats van de louter financieel gedreven MBA-management. In dit interview geeft Weggeman zijn observaties en kansen voor de toekomst van Nederland. Het ontbreekt Nederland aan visie bij de politiek en de samenleving heeft weinig vertrouwen in de politiek omdat zij haar voelhorens met de samenleving kwijt is.
Door Adriaan de Man & Engbert Breuker
Nederland moet keuzes makenNederland is een klein land en heeft niet het geld en middelen om alles te doen. Nederland moet haar kernbusiness definiëren. Het heeft niet de middelen om zowel Nederland Kennisland te zijn als Nederland Handelsland als Nederland X-land. Als er geen keuzes gemaakt worden, wordt Nederland wordt een vlees-noch-vis-land, komt het op een middle-of-the-road-positie terecht omdat er van alles een beetje gedaan wordt. Keuzes (durven) maken is lastig voor Nederlanders (ook in de politiek) vanwege ons opportunistische karakter om alle opties open te willen houden. Gewend zijn om compromissen te sluiten helpt ook niet bij het maken van keuzes. Het ontbreekt Nederland aan een ‘leider’ of ‘leidinggevende unit’ die visie heeft welke keuzes we moeten maken.
VertrouwenskloofDaarnaast en veel belangrijker is dat er in Nederland een dramatische vertrouwenskloof aan het ontstaan is tussen aan de ene kant de top in de politiek en het bedrijfsleven en aan de ander kant de gewone mensen op de vloer. Die kloof wordt steeds belangrijker omdat de mensen op de vloer steeds belangrijker worden. De werkelijke macht ligt bij die professionals, en als je die tegen hebt, heb je een groot probleem. Het vertrouwen in de top van het bedrijfsleven is weg door het gegraai en de zelfverrijking. In het publieke domein is het volgens Weggeman nog veel erger. Nu de economie aantrekt, zou het in Nederland veel beter moeten gaan als de mensen zouden consumeren, alleen ze doen dat niet. Ze zetten het geld liever op de bank. Los van het feit dat Nederlanders graag sparen, vertrouwen ze de politiek niet meer. Ze weten niet meer of allerlei voorzieningen (pensioen, AOW, kinderopvang, hypotheekaftrek, zorg, etc.) behouden blijven en zorgen daarom voor een eigen financiële buffer. Het gevoel is dat de politiek en de politieke leiders hun afspraken niet meer nakomen. Regels worden achter de rug van de mensen om veranderd zonder hen daarover te consulteren. Weggeman: “En dan blijkt dat die politiek ook nog eens geen visie heeft op het waarom van die keuzes. Ik zie daarom een disconnect (vertrouwenskloof, red.) op alle niveaus: tussen de generaties, tussen bestuurders en de professionals en tussen de politiek en de burgers.”
Waar liggen de kansen voor Nederland?Weggeman geeft toe dat het niet makkelijk is om keuzes te maken, maar volgens hem maakt het niet zo gek veel uit als je maar een keuze maakt! Weggeman: “De kerncompetentie van Nederland is handel. Op andere terreinen zoals technologie, universiteiten, het doen van uitvindingen, internationale publicaties e.d. doen we het ook goed, maar de handel zit in onze genen. Nederlanders kunnen goed netwerken, regisseren, zijn anti-chauvinistisch en zijn in die zin geen bedreiging voor andere nationaliteiten. Nederlanders kijken heel erg naar het doel en passen zich makkelijk aan. Eten spaghetti of couscous wanneer dat moet en nemen niet hun eigen Heinz sandwichspread mee. En wat daar heel belangrijk bij is: Nederlanders kunnen heel goed geld tellen. Dat heb je nodig in een handelsland. Nederland heeft niet voor niets de meeste banken per hoofd van de bevolking ter wereld. Objectief kan het niet dat wij zoveel banken hebben die wereldspeler zijn, dat komt alleen doordat we zo goed geld kunnen tellen. De verzekeringen – indekken tegen risico’s – sluiten daarop aan: dat is ook geld tellen. Ik vroeg laatst aan Rinnooy Kan (lid RvB ING Groep. red.): “Waar ben je nou trots op, als bank maak je niet iets tastbaars.” Het bleek dat hij ontzettend trots is op de wiskunde achter het clickfonds. Die is dermate ingewikkeld dat niemand deze nog winstgevend heeft weten na te maken, zodat ze deze in kostlicenties aan anderen kunnen aanbieden. Het is bijzonder dat zowel aanbieders als kopers op de beurs hierdoor winst kunnen maken: kennis voor alle partijen om nog beter handel te drijven. De wiskunde, actuarissenwerk: het is gewoon heel goed boekhouden en geld tellen. Ook in het verleden had Nederland al heel goede wiskundigen en economen: Lorenz, Brouwers, Tinbergen en Pen.” Handel zou daarom voor Nederland een logische keuze zijn, aldus Weggeman: “Door ons opportunistische karakter maken we die keuze niet. Een bepaalde mate van opportunisme helpt bij een handelsland. Nederlanders zijn echter kooplieden (geld) en dominees (morele waarden), en in die volgorde. Wanneer er geen geld te halen valt in een land, dan komt ons beroemde vingertje. Is er wel geld te halen, dan vergeten we de mensenrechten. Het opportunisme helpt ons om de keuze voor handelsland te maken, maar het is niet iets om onszelf trots voor op de borst te slaan. Pappa Zorreguieta mag niet bij het huwelijk van zijn dochter zijn, maar de mensenrechten in Tibet daar bekommeren we ons niet om. In Argentinië valt economisch weinig te halen, maar China is the place to be.”
Bridging the gapDiezelfde hypocrisie speelt zich af op microniveau waar voorlieden in de maatschappelijke wereld normen en waarden prediken maar tegelijkertijd erg goed voor zichzelf zorgen. Is dit een vorm van schizofrenie die in ons Nederlanders zit? Hoe kunnen we trots zijn op een Nederland van graaiers aan de top in het bedrijfsleven, met de huidige politiek en de beeldvorming daarbij? Hoe kunnen we de vertrouwenskloof slechten? Weggeman: “Je ziet steeds meer (jonge) hoogopgeleide professionals de keuze voor hun eigen kwaliteit van leven maken. Zij combineren een carrière met andere interesses, waardoor ze niet meer de top halen in de klassieke zin met 80 uur per week of meer in een baan. Zij zijn goed in hun werk én zijn daarnaast topsporter, maken professioneel muziek of zijn een gedeelte van hun tijd huisman. Voor deze mensen maakt het niet zoveel uit wat voor kleur de leiders van de nationale economie hebben. Zij leven in de ‘global village’ en hebben hun eigen netwerk. Zij ervaren weinig problemen, behalve dan waar hun kinderen naar school gaan. In tegenstelling tot de protestgeneratie hebben zij niet de behoefte om als een missionaris het systeem te veranderen. Zij gaan als individu direct aan de slag, bijvoorbeeld door met kerst een week maaltijden aan zwervers rond te delen of een klooster te helpen bouwen. Zij geloven niet in sleuren en trekken aan de instituties die de protestgeneratie heeft gebouwd en bevolkt. Ze vinden dat gewoonweg niet interessant. Die jonge generatie heeft de oude samenleving met de zuilen en de betrokkenheid en zorg voor elkaar nooit gekend en mist dat ook niet. Voor de protestgeneratie en de ‘verloren generatie’ die daarop volgt is het veel meer een issue om het mooie uit de oude samenleving te behouden en bezig te zijn met de disconnect. Weggeman maakt wel een kanttekening dat nu zo’n 40% van de jongeren een HBO/WO-opleiding heeft en dat zij hun emplooi kunnen vinden in de mondiale kenniseconomie, ook wel de internationale lokale economie genoemd (zie ook Manuel Castells, Richard Florida, red.). De andere 60% van de jongeren is wel afhankelijk van de nationale economie.
Volgens Weggeman ligt de oplossing in een samenleving waarbij het vakmanschap weer centraal staat. Als het maar ergens over gaat, handel of clickfondsen of wat dan ook, met het streven het ‘top’ te doen. In Nederland hebben we behoefte aan minder management, ophouden met oeverloos vergaderen, de regelgeverij eruit en het wantrouwen eruit. Weggeman: “Regels maken is geen vak. De regels dienen ondergeschikt aan het vak te zijn.” De vraagt dient te zijn: Heeft u een vak? Wat kunt u? Dat loopt parallel met wat de nieuwe garde van hoogopgeleiden wil: Werken met passie en talent. Centraal hierin staat vertrouwen, en dat is vele mate groter bij de nieuwe garde dan bij de oude garde. Dit ‘nieuwe’ vertrouwen is zonder contract, confidentiality agreement, non-disclosure agreement, of disclaimer in de email. Vanuit onze calvinistische instelling hebben we het hier moeilijk mee. Immers vanuit die gedachte is de mens geneigd tot alle kwaad, hebben we regels en procedures nodig om ervoor te zorgen dat het de goede kant uitgaat. Het calvinistische wantrouwen gaat er vanuit dat iemand er de kantjes vanaf loopt, dat hij liever om kwart voor vijf dan om vijf uur naar huis gaat. Terwijl professionals/vakmensen/kenniswerkers liever iets goed doen dan iets fout. Dan heb je dus die regels niet nodig. Het gaat om vertrouwen. Maar dat past slecht in het calvinisme.
Aansluiting naar de jonge garde?Weggeman heeft het Ministerie van Economische Zaken wel eens geadviseerd om aansluiting te maken met de jonge garde van ondernemers door mensen afkomstig uit die garde aan te nemen, bijvoorbeeld skaters die met hun petje naar het werk kunnen komen en de ruimte krijgen om hun hobby/lifestyle op hun manier te blijven uitoefenen. Zij zouden de plaats moeten innemen van de ‘grijze pakken en stropdassen’ die heel goed kunnen praten met Syntens, MKB en werkgeversclubs, maar niet met de doelgroep van jonge creatieve ondernemers. Het blijkt dat er nauwelijks subsidieaanvragen komen vanuit die doelgroep. Volgens Weggeman is dat is ook niet verwonderlijk. Zij haken af omdat zij voor een aanvraag 27 A-4tjes moeten invullen met allerlei vragen die ze niet interessant vinden. Het is onzeker of de aanvraag gehonoreerd wordt en als dat het geval is moeten ze elke twee maanden een reviewrapport schrijven en 2x per jaar de mensen van EZ ontvangen, met hen uit eten gaan en hen de werkvloer laten zien. Daar hebben ze dus geen zin in! Wij kunnen die disconnect wel zien, maar het lijkt er op dat het merendeel van de mensen in Den Haag nog te arrogant is om hiernaar te luisteren.
Ontstaat er een nieuwe economische orde door de nieuwe garde? Die nieuwe economische orde is er al. De nieuwe garde gebruikt het economische systeem, niet om geld te verdienen, maar om hun ding te doen. Omdat ze houden van hun vak en liever de dingen doen die ze belangrijk vinden dan erover te oreren, zijn ze moeilijker te porren om mee te doen aan alle debatten en dergelijke. De discussies in het NRC, Buitenhof, NOVA volgen ze niet want die zijn langdradig, saai, 10x hetzelfde. Ze missen visie en leiderschap, en in de huidige leiders zien ze alleen maar zakkenvullers. Ik ben het eens met de visie van Manuel Castells: ‘De wereld is je huiskamer en je werkterrein daar ben je aan de gang.’ Welke economische orde dan ook: voor wat hoort wat zal altijd blijven bestaan, in de vorm van zowel geld als aandacht en/of liefde. Voor deze generatie geldt misschien sterker dat ze passie en talent belangrijker vindt dan geld en tevreden is met wat ze financieel heeft. Maximaliseren van geld, status en macht is iets van de protestgeneratie en niet meer van deze tijd.
Het (internationale) bedrijfsleven doet meer haar best dan de publieke wereld om de aansluiting te maken met de nieuwe garde. Onder andere door mensen van de nieuwe garde in dienst te nemen of door allerlei bedrijfjes aan te trekken op een gezamenlijke campus.
reacties
|
|||












