| spotlight | ||||||||
|
|
|
|||||||
|
“Ik had vroeger ook graag op de weekendschool gezeten, het is hartstikke gaaf!”Heleen Terwijn
In 1997 besluit Heleen Terwijn, psychologe, na een onderzoek onder kinderen in de Amsterdamse Bijlmer de weekendschool op te richten, en daarmee haar onderzoeksaanbevelingen in de praktijk te brengen. Negen jaar later zijn er acht IMC Weekendscholen in Nederland. IMC Weekendschool is een moderne zondagschool, volledig gefinancierd uit private middelen. Kinderen uit sociaal-economische achterstandswijken in de grote steden krijgen er de mogelijkheid via inspirerende gastdocenten van allerlei pluimage kennis te maken met de wereld buiten hun eigen woon- en leeromgeving. Ze kunnen er hun nieuwsgierigheid stillen, en inspiratie opdoen voor hun toekomst. Het belangrijkste van de weekendschool, volgens een bevlogen Terwijn, is kinderen hun talenten te laten ontdekken en ze een positieve eigenwaarde meegeven. Terwijn: “Het is geen school voor zielige kinderen!”
Door Adriaan de Man
Alleen de negatieve kanten kwamen in het nieuwsTussen 1995 en 1997 werkte Terwijn als onderzoeker bij de Faculteit Psychologie van de Universiteit van Amsterdam en werd zij door de gemeente Amsterdam ingehuurd om onderzoek te doen in Amsterdam Zuidoost (Bijlmer). De Bijlmer had in die tijd alle kenmerken in zich om een getto te worden. Ruim 50% van de beroepsbevolking was werkloos, er waren veel vroegtijdige schoolverlaters en veel lage CITO-scores. Terwijn richtte zich in haar onderzoek met name op de kinderen, hoe zij naar hun toekomst keken en of ze gemotiveerd waren om naar school te gaan. Terwijn: “De kranten stonden toen vol met negatieve verhalen over de Bijlmerjeugd, net zoals nu over jonge Marokkanen. “Kinderen willen niet”, was de toon. Er werden heel sombere verhalen verteld.” In haar onderzoek volgde Terwijn gedurende 2 ½ jaar een groep kinderen uit de Bijlmer in de leeftijdscategorie van einde basisonderwijs tot begin middelbaar onderwijs (tien tot veertien jaar). Terwijn werd vooral getriggerd door de bevinding dat veel kinderen er enorm eenzaam voorstonden als het ging om het nadenken over hun toekomst. Hun ouders benadrukten wel dat ze het materieel beter moesten krijgen en dat ze een diploma moesten halen maar wat je nu precies kunt met diploma’s bleef voor veel kinderen vaag. Het ‘beter krijgen’ werd vooral geassocieerd met ‘dokter worden’ of ‘advocaat, vaak volgens Terwijn vaak ook de enige rolmodellen die de kinderen kenden van zogenoemde ‘hoge’ beroepen. Terwijn: “Maar ‘bij een slechte CITO-score lag de toekomstdroom om dokter of advocaat te worden in duigen, kregen veel kinderen het idee dat ze gefaald hadden en vooral dat er voor hen niets interessants te doen zou zijn.” Daarnaast zag Terwijn kinderen die aanvankelijk wél naar hogere vervolgopleidingen gingen maar dan toch weer afhaakten, om redenen die meestal niets met hun cognitieve vermogens te maken hadden. Dit proces werd versterkt door goedbedoelende leerkrachten uit het basisonderwijs die sommige leerlingen de stap naar een ‘hoge’ vervolgopleiding afraadden - uit ‘bescherming’. Via allerlei signalen kreeg Terwijn het idee dat hier een generatie opgroeide die ‘helemaal aan het lot was overgelaten’. Terwijn: “In de media werd wel gesignaleerd dat er iets mis ging, maar alleen met negatieve verhalen over de kinderen. Ikzelf werd aanvankelijk ook behoorlijk depressief van mijn onderzoeksbevindingen. Ik had niet het idee dat ik een advies aan de gemeente zou kunnen geven dat iets aan de situatie zou veranderen”.
Het bieden van perspectiefTerwijn: “Het werd me duidelijk dat er iets nieuws moest komen, naast het reguliere onderwijs. Juist voor die vele kinderen die graag willen zou er een plek moeten komen, waar ze hun hart kunnen ophalen, waar ze inspirerende mensen kunnen ontmoeten, en vragen kunnen stellen. Ruim vóór de CITO-toets zodat demotivatie en slechte zelfbeelden veel minder kans krijgen. Kinderen van tien jaar zijn super nieuwsgierig en willen alles weten. Ze hebben vragen over de wereld en die gaan ze gewoon stellen. Als je een dokter voor de klas zet, roepen ze: “Waarom heb je snot in je neus?”, “Waarom krijg je een rood hoofd als je op je handen staat?.” Op die leeftijd moet je ze erbij houden. Ze willen nog graag, ze zijn positief en hebben over het algemeen geen sombere toekomstverwachtingen. Deze kinderen willen alles van de wereld weten.” Terwijn: “Dat ‘hoog willen komen’ waar zoveel kinderen over vertelden stond in schril contrast met wat ze eigenlijk wisten van toekomstmogelijkheden. Velen vertelden ‘dokter’, advocaat’ of ‘iets hoogs’ te willen worden. Verder kenden ze weinig beroepen, behalve de beroepen uit hun omgeving, waarbij schoonmaker het algemene schrikbeeld was. Het besef dat elk kind talenten heeft en dat het er uiteindelijk om gaat iets te vinden waar jij goed in bent, leefde helemaal niet. Sterker nog, het algemene idee was dat je ongeveer verloren bent als je geen hoge schoolopleiding kunt gaan volgen. Dat is natuurlijk niet zo. Iemand die goed is in gamen kan misschien wel leren games te ontwerpen, of grafisch ontwerper worden, of een eigen bedrijfje beginnen. Het is belangrijk al op jonge leeftijd veel toekomstmogelijkheden te zien én je eigen talenten te ontdekken. En geïnspireerd te worden natuurlijk. Wie kunnen dat beter dan professionals met een passie voor hun vak? Kortom, ik had de Weekendschool eigenlijk al bedacht toen ik mijn onderzoek deed.”
Waarom IMC Weekendschool?Het idee voor de weekendschool werd pas echt serieus nadat Terwijn handelshuis IMC was tegengekomen (International Marketmakers Combination). Terwijn benadrukt dat IMC Weekendschool een gezamenlijke onderneming is: “Ik had het idee voor de weekendschool. IMC is er als bedrijf achter gaan staan, financieel en met menskracht, om er een professionele onderneming van te maken.” De keuze van de naam IMC Weekendschool heeft volgens Terwijn heel goed uitgepakt: “Het is onze merknaam geworden én je kunt aan onze naam direct zien dat dit geen overheidsproject is”. Inmiddels zijn meer dan vijftig bedrijven medesponsor van IMC Weekendschool. Zij blijken zich graag bij een privaat initiatief aan te sluiten. Op de vraag of de overheid nu maar helemaal buiten de deur moet blijven, zegt Terwijn: “In de opstartfase was het zeer prettig het vertrouwen te krijgen dit naar eigen inzicht te doen. Met overheidsgeld was dat zonder twijfel lastiger geweest. Nu we echter groter zijn en sterk genoeg, zou het helemaal niet zo gek zijn opnieuw te kijken of de overheid iets voor ons zou willen betekenen. We hebben nog geen aanbod gekregen - alhoewel regelmatig enthousiaste politici bij ons les komen geven. Ik zou het heel mooi vinden als de overheid zou meefinancieren aan onze onderzoeksprojecten. Die zijn tenslotte bedoeld om te evalueren wat deze vorm van onderwijs kan opleveren en dus ook wat het reguliere onderwijs hiervan over zou kunnen nemen.”
Het conceptIMC Weekenschool biedt een driejarig curriculum aan kinderen van 10 tot 13 jaar, uit groep 7 en 8 (CITO-periode) en de eerste klas van de middelbare school. Zij gaan drie jaar lang iedere zondag naar IMC Weekendschool, uitgezonderd in de schoolvakanties. Iedere jaargroep telt dertig tot veertig leerlingen, samen rond de honderd leerlingen per weekendschoolvestiging. Aan het einde van de drie jaar krijgen de leerlingen een diploma en kunnen ze zich aansluiten bij het follow-up traject. Hierin kunnen ze meer vrijblijvend terugkomen wanneer ze behoefte hebben aan bijles of om zelf les te komen geven aan de jongere generaties. De weekendschoollessen worden verzorgd door professionals (vrijwilligers), mensen die enthousiast en inspirerend over hun vak kunnen vertellen. Terwijn: “Het kost nauwelijks moeite om gastdocenten te vinden. Iedereen ziet het belang en doet het met veel plezier. Bovendien is het voor veel gastdocenten ook een manier om in contact te komen met kinderen uit bevolkingsgroepen die ze normaal vaak alleen uit de media kennen.” Per vestiging komen per jaar ongeveer 200 gastdocenten lesgeven. Na het succes in Amsterdam Zuidoost is IMC Weekendschool eerst gaan uitbreiden naar Amsterdam Noord waar wijken zijn met veel autochtone achterstandsgezinnen. De volgende locatie was in Amsterdam West, de wijk van de ‘beroemde’ Marokkaanse kinderen. Terwijn: “We zien inmiddels dat het concept bij alle verschillende doelgroepen aanslaat. Daarbij valt op dat kinderen van immigrantenouders over het algemeen gemotiveerder zijn voor de weekendschool dan zogeheten autochtone kinderen. Kinderen uit van oudsher Nederlandse gezinnen zeggen vaker iets anders te doen te hebben op zondag, en ook ligt in die milieus de lat vaak minder hoog.” Het succes van de IMC Weekendschool is zo groot dat er inmiddels op alle vestigingen wachtlijsten zijn voor kinderen en er geloot wordt om deel te mogen nemen.
Eureka momenten creërenDeelname aan IMC Weekendschool is gratis. Terwijn: “Geld mag geen belemmering zijn.” De school kent een paar basisregels: commitment, op tijd komen, en afmelden wanneer je verhinderd bent. Naast een gastdocent die zijn verhaal vertelt, krijgen de kinderen elke zondag werkopdrachten in teams waardoor ze leren samenwerken en van elkaar op aan kunnen. Terwijn: “Een ideale gastdocent vertelt zijn of haar verhaal met passie, laat vonken overslaan, tilt de leerlingen mee naar zijn of haar niveau en creëert eureka momenten. Daarbij wordt er ook veel gelachen. Dat lukt niet altijd, maar wel heel vaak”. Elke klas heeft een vaste begeleider die intern bij de weekendschool getraind wordt en drie jaar lang bij dezelfde groep blijft. Zo kan de ontwikkeling van de kinderen optimaal worden begeleid. Terwijn: “De weekendschool is een heel simpel idee en zo oud als de mensheid, mensen die ergens goed in zijn dragen dat over aan de jongere generaties.”
UitbreidingNaast de proof-of-the-pudding test of IMC Weekendschool ook zou aanslaan bij doelgroepen buiten Zuidoost, moest de organisatie op zoek naar andere sponsors om de uitbreiding voor elkaar te krijgen. Met elke vestiging is een bedrag van €150.000 per jaar gemoeid. De organisatie is daar prima in geslaagd, in Amsterdam Noord wordt de school gesponsord door de Stichting de Oude Beuk en in Amsterdam West door IBM waar de locatie ook in het hoofdkantoor van IBM is. Door de betrokkenheid van IBM bleek het weer gemakkelijker andere deuren in het bedrijfsleven te openen. Dit jaar konden vijf nieuwe IMC Weekendscholen worden geopend in Den Haag, Tilburg, Rotterdam, Utrecht en Nijmegen.
Wat zijn de resultaten sinds 1998?Met harde cijfers aantonen dat IMC Weekendschool ‘werkt’ kan niet, volgens Terwijn. Daarvoor zijn er teveel variabelen. “We bieden een breed aanbod en we verwachten verschillende soorten effecten op verschillende leerlingen”. Volgens Terwijn is het echter wel belangrijk goed verslag te doen van de resultaten. Zo worden bijvoorbeeld de alumni gevolgd in het proces van school- en beroepskeuze, en worden onderzoeken gedaan naar de ontwikkeling van o.a. zelfvertrouwen en verbondenheid met de Nederlandse samenleving bij weekendschoolleerlingen en hun klasgenoten die niet naar de weekendschool gaan. Terwijn: “We proberen zo goed mogelijk inzicht te krijgen in wat we precies doen, wie we bereiken, en wat voor effecten dat kan hebben. Daarbij vinden we niet alleen de succesverhalen interessant. Bijvoorbeeld maakt tweederde van de aanmelders het driejarig programma af. Eénderde maakt het dus niet af en we willen graag weten hoe dat precies zit. Passen de programma’s niet goed genoeg? Is het committent te zwaar? Of heeft een deel van deze kinderen behoefte aan iets heel anders dan de weekendschool?” Van sommige kinderen weet Terwijn dat de weekendschool veel heeft gedaan op algemeen vormend gebied. Ze geeft het voorbeeld van een jongen die zich zeer slecht kon aanpassen en bijna van de weekendschool werd gestuurd. Na een laatste gesprek met zijn juf, waarin deze duidelijk aangaf dat het zo toch echt niet kon, is hij wakker geschrokken en is hij heel positief mee gaan doen. Terwijn: “Ik vind dit een mooi voorbeeld omdat dit een heel stoere jongen is die na heel wat duwen en trekken ontdekte dat je tegelijk stoer en sociaal kunt zijn. Het mooie vind ik dat hij er echt zelf voor gekozen heeft. We willen je er graag bijhouden maar als je niet wilt, dan hoef je niet te komen.” Voor het algemeen vormende, op tijd komen, positief meedoen, samenwerken, is volgens Terwijn niet persé een weekendschool nodig. “Het zou heel goed zijn als er in de wijken waar weekendscholen staan ook veel andere activiteiten voor jongeren zouden zijn. Gratis sport bijvoorbeeld, of buurthuizen en activiteiten onder leiding van prettige volwassenen. Volwassenen waarvan jongeren iets kunnen leren en die niet voortdurend vertellen wat niet mag of wat ze fout doen.”
Alle schoolniveausIMC Weekendschool is voor gemotiveerde kinderen van alle schoolniveaus en de populatie is daar ook een waarheidsgetrouwe afspiegeling van. Terwijn: “Er is voor iedereen veel te halen en het mooie is dat onze gastdocenten meestal geen idee hebben van de schoolniveaus van de leerlingen. Voor kinderen met lagere schooladviezen kan het een enorme opsteker zijn als een gastdocent zeer enthousiast is over zijn of haar inbreng.” Kinderen met de hogere schoolniveaus kunnen zich door de weekendschool gesteund voelen op het toch enge pad naar het ‘hoge’ schooldiploma. Kinderen met lagere schoolniveaus ontdekken als het goed is dat schoonmaker worden echt niet het enige toekomstperspectief is als je naar het vmbo gaat. Terwijn: “Ik vind het enorm treurig dat veel vmbo leerlingen naar school gaan met het idee ‘ik ben niet goed genoeg voor iets hogers’.” De staf van de weekendschool is getraind om elk kind te begeleiden bij het ontdekken van de eigen talenten. Die te herkennen, te benoemen en verder te stimuleren. Terwijn: “Op de weekendschool bloeien veel kinderen op en dat is ook de belangrijkste motivatie voor de medewerkers.”
Kan de Weekendschool niet op een reguliere school?Terwijn: “Het is natuurlijk lastig om al die professionals doordeweeks te vragen voor een les op een reguliere school. Maar sommige scholen halen nu ook de ‘wereld’ naar binnen en vragen mensen uit verschillende beroepsgroepen te vertellen over hun beroep.” Terwijn: “Ik kreeg vroeger op school regelmatig te horen ‘dat leer je later wel’. Ik vond dat altijd een vreselijk antwoord want ik wilde het ‘nu’ weten. Ik vind dat je moet laten zien wat later is, en goede docenten doen dat ook. Kinderen hoeven het nog niet direct helemaal te snappen, maar als het met passie verteld wordt, voelen ze wel aan dat het de moeite waard is.”
Wat is de toekomst voor de IMC Weekendschool? Iedere stad in Nederland een vestiging?Het afgelopen jaar zijn vijf nieuwe vestigingen geopend en Terwijn vertelt dat consolidatie van de acht vestigingen nu het belangrijkste is. Verder is het niet het streven om in iedere stad een vestiging te openen. IMC Weekendschool is aanvullend op het reguliere onderwijs en wil daarmee niet gaan concurreren. Voor Terwijn is het met name interessant om naast de reguliere schoolactiviteiten een onderzoeksgroep op te gaan zetten die zowel onderzoek naar de resultaten en programma’s van de weekendschool doet, een lange termijn studie naar de ontwikkeling van kinderen, als methoden, aanpakken en experimenten op een inspirerende manier beschrijft waar andere organisaties, zoals scholen en buurthuizen (en de kinderen!) ook weer de vruchten van kunnen plukken. Terwijn is geen voorstander van het kopieëren van de weekendschool formule: “Dat is dermate ingewikkeld en vraagt een vorm van arbeidsintensieve ‘kwaliteitscontrole’, dat we het dan net zo goed zelf kunnen gaan doen. We hopen natuurlijk wel inspirerend te kunnen zijn voor anderen. Ik zou echt graag willen dat er voor jongeren in lastige buurten veel meer en veel verschillende initiatieven komen.” Verder wil de organisatie het follow-up traject uitbreiden met waar nodig huiswerkbegeleiding, coaching en eventueel hulp bij het vinden stages. Maar ook de alumni van IMC Weekendschool betrekken als assistent-docent of gastdocent. Terwijn: “Het leuke is dat de alumni een spil in het netwerk van de weekendschool worden. Ze kennen iedereen van gastdocenten tot de andere alumni en natuurlijk de jongere generaties.” Terwijn: “Een oudleerling van de weekendschool werkte als bijbaantje bij een benzinepomp en kreeg op eens Job Cohen (de burgemeester van Amsterdam, red.) voor haar neus die kwam afrekenen. Zij bedankte hem voor het advies dat hij haar gaf tijdens een les op de weekendschool. Cohen vroeg aan haar wat voor advies hij haar dan gegeven had. Het meisje vertelde dat hij haar had verzekerd dat ze moest gaan studeren als ze daarvoor ook maar enigszins de kans kreeg. Toen had ze niet precies begrepen wat hij bedoelde, maar nu als student aan de Universiteit begreep ze het wel en wilde ze hem hartelijk bedanken.”
nieuwsbrief dec 2006 weekendschool reacties
|
||||||||















