| spotlight | |||
|
|
|
||
|
De ProfessorCaroline van Wijk
Het geluid verstomt. Ik kijk op. Vanachter een gordijn verschijnt de Professor. Iedereen gaat zitten. 'Welkom. In de serie Het geheim van het leven vandaag: wat is mijn plaats in de maatschappij.' Ik sla mijn armen over elkaar en wil onderuit gaan leunen, maar de houten banken hebben geen rugleuning. Ik besluit kritisch te luisteren en me niet zomaar te laten inpalmen zoals door de gesubsidieerde instellingen met lichtbeelden en indringende gesprekken. 'De Idealist wil wat zeggen, zie ik.' De blonde man van gisteren staat op en gaat zowat in de houding staan. 'Onze plaats is cruciaal. Wij houden de maatschappij draaiende: zonder zelfkant rafelt de samenleving uit tot een onontwarbare kluwen van draden. Ik zeg altijd maar: het leven is als spaghetti: klef en langdradig...' 'En nou istie de draad kwijt' hoor ik iemand fluisteren. Gegiechel. 'Het is waar.' valt de Professor in. 'Als wij de zelfkant zijn, geeft dat de onderkant steun. Mensen die nog in een huis wonen weten dat het altijd nog erger kan. Maar het is ook een menselijke behoefte om deel te nemen. Onze trots is dat wij ons door niemand iets op laten leggen. Ook door elkaar niet.' Hij kijkt de Idealist vanonder zijn borstelige wenkbrauwen aan. 'Nu wil ik dat jullie je ogen sluiten en allemaal bedenkt wanneer je je voor het laatst iets hebt laten opleggen, door een ander, of door jezelf.' Als in gebed buigt iedereen zijn hoofd. Ik doe niet mee, mijn ogen draaien weg van het podium en ik vraag het me onwillekeurig toch af. Op de bruine muur zie ik Else. Voor Else deed ik alles, hoewel dat op het laatst minder werd. Natuurlijk had ik het op mijn werk niet naar mijn zin, maar ik zoek naar iets essentiëlers, dat minder voor de hand ligt. Ik liet me opleggen dat ik erbij moest horen. Dat ik mee moest doen en mij een plaats in de maatschappij moest veroveren. Veroveren nog wel. 'Dankjewel.' fluistert de Professor na een poos. Hij geeft ons de tijd om onze gedachten af te ronden, de hoofden heffen zich weer naar hem op en hij glimlacht naar mij. Terwijl hij mij aankijkt zegt hij: 'We hebben vandaag een nieuw lid in ons midden: de Man.' Ik krijg een knikje en een paar hoofden draaien zich naar mij toe. 'Het aardige is dat hij zijn ogen niet sloot, terwijl ik het hem opdroeg.' Weer een knikje, gepaard met een glimlach. 'Nu, los van het opgedragen ogen sluiten, neem in gedachten wat je je hebt laten opleggen.' Hij kijkt rond naar de ogen die devoot op hem gericht zijn. 'Leg het af. Leg het niet af omdat ik je dat zeg, maar leg het af omdat je het niet nodig hebt. Kies zelf. Neem je ruimte.' Geschuifel in de zaal. 'Heb je je ruimte? Voel je je buurman naast je zitten? Dat is de grens van de ruimte die je kunt nemen.' Zijn stem wordt dreigend. 'Dat betekent dus dat je in je persoonlijke vrijheid een grens hebt die raakt aan de vrijheid van je medemens, begrijp je?' Ik zie een enkeling ineen krimpen. 'Je kunt niet zeggen wat je denkt als dat de grens passeert van je naaste. Je kunt niet doen wat je wil als dat een ander kwetst.' Geschuifel. 'Goed. Denk hierover na. Bedenk wat je er zelf van vindt en ga op pad. Neem jouw plaats in in de maatschappij.' Sommigen staan direct op. Anderen blijven nog lang in gedachten verzonken zitten. Ik staar naar de Professor tot het beeld vaag wordt en verlaat de zaal pas als laatste.
|
|||












