| spotlight | |||
|
|
|
||
|
De ProfessorCaroline van Wijk
Het duurt een paar dagen voor ik erachter ben waar de croissants te halen zijn. Tegen zijn belofte in brengt de Fabrikant me tot die tijd nog elke morgen een zak vol. Als hij ziet dat ik ze ook gevonden heb, is hij bijna teleurgesteld, maar onmiddellijk volgt de erkenning: ik hoor erbij. Kom binnen, wenk ik hem. Hij gaat naast me zitten op het kartonnen bed. 'Ik zie steeds anderen. Hoe groot is deze gemeenschap eigenlijk? Zijn er mensen in dienst, subsidieert de gemeente dit, hoe werkt het hier?' Zijn ellebogen rusten op zijn knieën, hij legt zijn vingertoppen tegen elkaar en laat zijn hoofd tussen zijn schouders op en neer gaan. Dan kijkt hij me aan: 'Het is wat je ziet. Niet meer, niet minder. Er is geen systeem, er zijn geen regels en iedereen blijft zolang hij wil. Sommigen komen steeds weer terug, sommigen blijven, sommigen komen één keer en gaan terug naar hun drugs.' 'Zijn drugs verboden?' 'Ik zei: er zijn geen regels. Maar bijna niemand gebruikt hier.' 'Wie is de Professor? Waar komt die man vandaan?' 'Ik weet het niet. Ik geloof dat hij de eerste was, maar dat weet ik ook niet zeker. Deze gangen waren er al, want niemand weet wie ze gemaakt heeft of waaruit ze bestaan. Er stroomt hier paar miljoen liter water per dag overheen en het stort niet in. Er is nog nooit iemand van boven hier geweest, maar beveiliging heb ik ook nog nooit gezien.' 'Dus jij weet net zo weinig als ik?' 'Dat is de essentie van wat de Professor ons vertelt ja, ik weet net zo weinig als jij en hij zegt zelf dat hij ook net zo weinig weet als wij. Terwijl hij professor is. Ik bedoel, hij heeft ergens voor geleerd, zoveel is zeker. Tenminste, dat denk ik.' 'En jij?' 'Ik heb nergens voor geleerd. Ik heb ervoor gewerkt. Tot ze alles leeg kwamen halen. Dat gedoe met de milieupolitie gaf de doorslag, maar ook zonder dat waren we uiteindelijk failliet gegaan. Ik begrijp het nog steeds niet, we waren het efficiëntste bedrijf in de wijde omtrek. Al het vieze en zware werk wat geautomatiseerd kon worden was geautomatiseerd. Uiteindelijk hadden we alleen nog mensen in kantoortjes. Ik denk dat ze de boel gesaboteerd hebben, dat kan niet anders. Niet zeggen aan de Idealist hoor, van dat milieudelict.' Ik knik, ik zal het niet zeggen. Gelukkig vraagt hij niet naar mij. Ik werd zelfs uit het kantoor weggeautomatiseerd. Het werk was niet vies of zwaar, maar buiten dat wel verschrikkelijk. Ik geloof zelfs dat ik voor ik thuis kwam en Else aanhoorde, ergens wel blij was. Ontslag is een nieuwe kans. Heb ik nu mijn nieuwe kans gepakt, met mijn deelname aan deze ondergrondse, dit OnderMaase?
|
|||












